Hoe we kiezen
Als je budget nee zegt tegen de Trois Vallées, kunnen je ski's nog steeds ja zeggen tegen een lange week afdalen. Bansko, in het Bulgaarse Pirin, gaat aan kop in deze ranglijst op pure prijs-kwaliteit: liftpas onder de 40 euro, een gondel die direct vanuit het dorp vertrekt, en biertjes van 3 euro na een dag met 1600m hoogteverschil. Borovets, een uur van Sofia, is de no-frills variant, ideaal voor beginners en gezinnen die korte transfers willen. Jasna in de Lage Tatra in Slowakije heeft flink geïnvesteerd, met een liftnetwerk van Doppelmayr en een respectabele 1100m hoogteverschil, terwijl Bukovel in de Oekraïense Karpaten een buitenbeentje blijft wanneer de geopolitiek het toelaat. In West-Europa bestaat prijs-kwaliteit nog steeds, als je weet waar je moet zoeken. Sierra Nevada bij Granada biedt het hoogstgelegen skiën van Spanje, gecombineerd met tapas-avonden in het dorp. Grandvalira en Vallnord in Andorra zijn 30 procent voordeliger dan de Franse Alpen. In Italië blijven de vroegseizoenprijzen van Cervinia en de hele Ortler Skiarena-pas in Zuid-Tirol koopjes naar Europese maatstaven, en verscholen pareltjes zoals Sappada in de oostelijke Dolomieten of Ponte di Legno op de Tonale-gletsjer geven je authentiek alpineskiën zonder de meerprijs van Cortina. Dit zijn de skigebieden die bewijzen dat voordelig niet per se een compromis hoeft te betekenen.